Ziekte van Waldenström: wat is het?

De ziekte van Waldenström, ook wel macroglobulinemie van Waldenström of lymfoplasmacytair lymfoom genoemd, is een zeldzame vorm van bloedkanker. Bij deze ziekte maakt het lichaam te veel afwijkende witte bloedcellen aan die sterk lijken op plasmacellen. Deze cellen nestelen zich vooral in het beenmerg, maar kunnen ook in de lymfeklieren, lever en milt terechtkomen.

Het bijzondere aan de ziekte van Waldenström is dat de afwijkende cellen een grote hoeveelheid van een eiwit aanmaken: IgM, ook wel M-proteïne of macroglobuline genoemd. Dit eiwit hoort normaal gesproken in kleine hoeveelheden voor te komen als onderdeel van het afweersysteem. Bij de ziekte van Waldenström raakt de balans verstoord, met allerlei lichamelijke klachten als gevolg.

De ziekte behoort tot de non-Hodgkinlymfomen en wordt gerekend tot de indolente, ofwel laaggradige, lymfomen. Dat betekent dat de ziekte zich meestal niet agressief gedraagt en vaak langzaam ontwikkelt.

Hoe vaak komt het voor?

De ziekte van Waldenström is zeldzaam. In Nederland krijgen jaarlijks enkele honderden mensen deze diagnose. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, en meestal op latere leeftijd: de gemiddelde leeftijd bij diagnose ligt rond de 60 tot 70 jaar. Wat de ziekte precies veroorzaakt, is nog niet bekend.

Symptomen

Lang niet iedereen met de ziekte van Waldenström heeft klachten. Soms wordt de ziekte bij toeval ontdekt via bloedonderzoek, nog voordat er symptomen optreden. Als er wel klachten zijn, komen deze vaak overeen met die van andere non-Hodgkinlymfomen:

Gewichtsverlies, verminderde eetlust, koorts en nachtzweten zijn veelvoorkomende algemene klachten. Ook kunnen lymfeklieren opzwellen en kan de milt of lever groter worden.

Omdat de aanmaak van gezonde bloedcellen verstoord raakt, ontstaan er vaak ook klachten als vermoeidheid door bloedarmoede, een verhoogde kans op bloedingen, en een grotere vatbaarheid voor infecties.

Een specifiek kenmerk van de ziekte van Waldenström is hyperviscositeit: doordat er zoveel van het afwijkende IgM-eiwit in het bloed zit, wordt het bloed stroperiger. Dit kan leiden tot wazig zien, hoofdpijn, duizeligheid, kortademigheid en extra belasting van het hart.

Bij ongeveer één op de vijf mensen ontstaat daarnaast polyneuropathie: schade aan de perifere zenuwen. Dit kan zich uiten in tintelingen, gevoelloosheid, een doof of “speldenprikken”-gevoel, of spierzwakte.

Onderzoek en diagnose

De diagnose wordt meestal gesteld met bloedonderzoek, waarbij het verhoogde IgM-gehalte opvalt. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit een beenmergpunctie, echografie, een CT-scan of een PET-CT-scan, afhankelijk van de specifieke situatie.

Behandeling en vooruitzichten

De ziekte van Waldenström is op dit moment niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Omdat de ziekte meestal traag groeit, wordt er niet altijd direct gestart met behandeling. Artsen kiezen vaak voor een afwachtend beleid (“watchful waiting”) zolang er geen of weinig klachten zijn.

Nemen de klachten toe, dan zijn er verschillende behandelopties, waaronder chemo-immunotherapie, doelgerichte therapie en in sommige gevallen een stamceltransplantatie. Bij acute hyperviscositeit kan plasmaferese nodig zijn, waarbij het overtollige eiwit via een soort dialyse uit het bloed wordt gefilterd.

De levensverwachting varieert sterk per persoon en hangt af van factoren zoals leeftijd, bloedwaarden en het beloop van de ziekte. Gemiddeld ligt de levensverwachting na diagnose rond de 7 tot 10 jaar, maar mensen zonder klachten kunnen tientallen jaren met de ziekte leven.

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en het Google Privacybeleid en de Servicevoorwaarden zijn van toepassing.

Scroll naar boven